Archief

Categories

Staatsinrichting

Volgens de grondwet van 1991 is Guinee een presidentiële republiek met een sterke positie voor de president. Het éénkamerparlement bestaat uit 114 voor vijf jaar gekozen leden. In 1991 werd tevens een meerpartijenstelsel ingevoerd. Van 1984 tot 1991 waren politieke partijen verboden. De dominerende partij voor de staatsgreep van 2008 was die van president Lansana Conté, namelijk de Parti de l’Unité et du Progrès (PUP). Daarnaast zijn er nog enkele belangrijke partijen, nl. de Parti Démocratique de Guinée (PDG), de ‘Union des Forces Républicaines'(UFR), de Parti pour le Renouveau et le Progrès (PRP), de Rassemblement du Peuple Guinéen (RPG) en de Union des forces Democratique de Guinée (UFDG). De eenheidsvakbond is de Conféderation des Travailleurs de Guinée (CTG).

President: Lansana Conté (3 april 1984 – 22 december 2008)

Premier: Kabiné Komara (sinds 30 december 2008)

 

Bevolking

Nationale Ballet van Guinee tijdens Afrika-Woche 1962. Bron: Deutsches Bundesarchiv, Bonn

Er wonen naar schatting ruim 10 miljoen inwoners in Guinee, de bevolking omvat ongeveer 24 etnische groepen. De grootste zijn de Fulbe of Fula (40%), de Mandinka of Mandingo in het oosten (30%) en de Susu of Soussou in het westen (20%). De officiële landstaal is Frans, maar alle etnische groepen spreken hun eigen taal.

 

Godsdienst

Ruim 85% van de bevolking is moslim (soennieten), 10% is christen (voornamelijk rooms-katholiek) en 5% is animist (natuurgodsdiensten).

Economie

Guinee is een van de minst ontwikkelde landen ter wereld. De economie drijft hoofdzakelijk op tropische landbouw, visvangst en mijnbouw. Guinee is het tweede productieland voor bauxiet met bijna de helft van ‘s werelds bauxietreserves; er wordt ook ijzererts, goud en diamanten gedolven. De bauxietproductie is vrijwel geheel in particuliere handen en 85% van de opbrengst gaat naar buitenlandse maatschappijen.

De economische groei bedroeg in 2008 naar schatting 4,5 procent, na een periode van beperkte economische groei in 2006 en 2007. In die jaren groeide de economie met naar schatting 2,2 en 1,5 procent [4]. Het nationaal inkomen per persoon bedroeg in 2008 naar schatting 1100 US dollar per hoofd van de bevolking. Het land ontvangt geen steun van het IMF en de Wereldbank, maar er is een programma opgezet om de steun te hervatten.